De aandacht voor duurzaam beleggen neemt de laatste jaren toe. Toch is het huidige aandeel in de kapitaalmarkt niet zo eenvoudig in één percentage te vangen. “Het is erg afhankelijk van hoe je naar de markt kijkt en de meerdere vormen van beleggen. Wel is van institutionele investeerders 1,7 procent van het beheerd vermogen belegd via impact investing; met de expliciete intentie en opzet om maatschappelijke impact tezamen met financieel rendement te halen. Van het particuliere beleggingskapitaal is inmiddels twaalf procent duurzaam belegd. Nog niet iedereen doet het dus, maar duurzaam beleggen wint al jaren aan populariteit en is geen niche meer”, vertelt David de Kruif. Hij is projectmanager bij de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling die onder meer onderzoek verricht naar duurzame beleggingen.

Verschillende fondsen

Die beleggingen zijn er in verschillende varianten. Veel duurzame of groene fondsen en portefeuilles bevatten ondernemingen die duurzaam worden geacht vanwege de manier waarop zij produceren of waarvan de dienst of het product zelf duurzaam is. Triodos Bank, gastheer voor dit rondetafelgesprek, richt zich zowel op impact investing als op socially responsable investing (SRI). “We bieden vier SRI-fondsen aan waarmee we investeren in wereldwijd beursgenoteerde ondernemingen die voldoen aan onze duurzaamheidscriteria. In veertien andere fondsen doen we dat in niet-beursgenoteerde bedrijven waaronder bijvoorbeeld biologische boeren vallen. Hoewel de schaalgrootte bij die laatste groep beperkt is, is de impact van leningen of de verstrekking van eigen vermogen groot. Het omgekeerde geldt voor investeringen in beursgenoteerde bedrijven, waar schaalgrootte meer een rol speelt. Als daar dankzij beleggingen het inkoopbeleid verduurzaamt wordt natuurlijk een enorme slag gemaakt”, zegt Eric Holterhues, hoofd SRI bij Triodos Investment Management.

Greenwashing

Beleggen doe je doorgaans voor de lange termijn. Voor een pensioen of voor de volgende generatie. De vraag is in welke wereld dat vermogen aangewend kan worden. Het gaat dan niet alleen maar over welvaart, maar vooral ook over welzijn, zoals Jan Willem Hofland stelt. Hij is directeur Duurzaam Beleggen bij ABN AMRO MeesPierson. “Neem bijvoorbeeld de luchtvervuiling in veel steden, een belangrijke bedreiging voor het welzijn daar. Als je toch wilt beleggen, waarom dan niet meteen in toekomstgerichte, beursgenoteerde ondernemingen die daarvoor goede oplossingen bedenken of actie ondernemen om uitstoot te verminderen?”

Toch zijn er ook beheerders die nogal snel van duurzaam spreken, zo klinkt het aan tafel. "Een beleggingsfonds krijgt in sommige gevallen al het predicaat 'groen' of 'duurzaam' als er één of twee ondernemingen worden uitgesloten omdat ze bijvoorbeeld – al dan niet direct – zijn gelieerd aan de wapenindustrie", voegt Bas-Jan Blom toe. De directeur ASN Beleggingsfondsen bij de ASN Bank wil waken voor deze vorm van 'greenwashing'. “Ik wil voorkomen dat straks alle fondsen het label duurzaam krijgen terwijl er feitelijk niets verandert. Nog steeds zijn er veel duurzame fondsen die grotendeels bestaan uit niet-duurzame ondernemingen. Om echt vooruit te komen moeten we daar vanaf. Duurzaam beleggen betekent investeren in bedrijven die ook over dertig of veertig jaar bestaan, en dus toekomstbestendig zijn. Een auto-industrie die nog steeds met brandstofmotoren werkt hoort daar niet bij. Net zomin als bedrijven die actief zijn in fossiele brandstoffen. Het zijn scherpe keuzes die het verschil maken. Bedrijven die bezig zijn met duurzame energie of recycling zijn daarentegen natuurlijk wel de investering waard.”

Signalen

Door zijn geld te stoppen in een duurzaam fonds heeft de individuele belegger bovendien de kans om zèlf iets te doen voor een betere wereld in plaats van zich voor duurzame oplossingen afwachtend op te stellen naar bijvoorbeeld de overheid, zo menen de gesprekspartners.

“Een duurzame belegging betekent letterlijk: put your money where your mouth is, een gezegde waarvan Pymwymic grotendeels de afkorting is. De community met deze naam bestaat onder meer uit investeerders die jonge ondernemingen steunen in de hoop dat het duurzame wat ze maken of doen ooit mainstream wordt. Bijvoorbeeld doordat zij nog doorgroeien of mogelijk later door een grotere onderneming worden overgenomen en hun duurzame oplossingen zodoende een groter bereik krijgen”, zegt Maarten van Dam, managing director van Pymwymic.

Aan de consument ligt het meestal niet. Die is de laatste jaren al anders gaan denken over beleggen en heeft aandacht voor duurzaamheid, volgens Hofland. “Banken en andere beheerders kunnen met goede fondsen een brug slaan naar de consument en hem de keuze bieden. Voor hen is duurzaam beleggen een goede manier om de cliënt te helpen zijn opvattingen en overtuiging terug te laten komen in zijn portefeuille. Het heeft een belangrijke rol. Een grotere groep duurzame beleggers op de aandeelhoudersvergadering geeft een signaal af aan het bedrijfsleven en uiteindelijk ook aan de politiek. Er is veel veranderd. Vroeger was duurzaam beleggen idealisme, nu is dat economisch realisme. Het is slim beleggen. Investeren in bedrijven met een goede toekomstvisie wordt steeds vaker de winnende strategie.”

Wat te kiezen

De rondetafelgasten zijn het erover eens dat de werkwijze bij duurzaam beleggen niet wezenlijk verschilt van de traditionele beleggingsvormen. Hoe het best te beleggen hangt ook in de duurzame vorm af van zaken als het gewenste risicoprofiel en de termijn. “Maar”, zegt Blom, “om de wereld echt te verbeteren en veranderen valt de keuze het liefst wel op het fonds met het meest extreme, uitgesproken duurzame profiel. Voorbeelden zijn fondsen die (betrokkenheid van) de olie-industrie volledig uitsluiten. Daarmee lopen wij momenteel uit de pas vergeleken met andere aanbieders. Prima, want er worden wel stappen gezet.” Ook Holterhues geeft aan dat ondernemingen die zich bezighouden met fossiele brandstoffen zijn uitgesloten van de Triodos-fondsen.

De consument is volgens Hofland echter meer geïnteresseerd in waar een fonds zich wel op focust dan in wat het uitsluit. Juist de nadruk op changemakers en duurzame initiatieven wekken enthousiasme op bij de belegger, is de gedachte.

Inlezen

Toch is het voor de belegger vaak niet zonneklaar wat precies groen is, en vergt duurzaam beleggen een misschien nog wel actievere houding van hem. “Voor veel mensen blijkt het in de praktijk moeilijk te achterhalen hoe duurzaam fondsen nu echt zijn. Daarom helpt het om te kiezen voor beheerders en banken die helder en transparant zaken doen, eerlijk zijn over de processen, wat zij precies doen en wat de impact is van fondsen. Maar beleggers moeten zich ook goed inlezen, net zoals bij traditioneel beleggen”, zegt De Kruif.

Volgens Van Dam voelt de consument vaak wel aan of een fonds deugt of niet, en of er bijvoorbeeld sprake is van greenwashing. Blom: “Punt is natuurlijk wel dat ongeacht de transparantie veel beleggers nooit alles lezen. Begrijpelijk. Daarom zijn er meer duidelijke statements en heldere doelen nodig vanuit beheerders. De ASN Bank streeft ernaar om in 2030 volledig klimaatneutraal te zijn, dus met alles wat er op de bankbalans staat. Dat is beter voor de wereld maar kan ook de belegger overtuigen. Wat mij betreft ondernemen we nog meer van dat soort acties om mensen mee te krijgen.”

Ratings

Een helpend handvat om fondsen te checken op hun duurzame aard is de rating van het toetsingsinstituut Morningstar, voegt Hofland toe. Dit kent punten toe aan duurzame fondsen, oplopend tot vijf sterren. “Hoewel dit een globale toetsing is, weten beleggers dat zij met vijf sterren in ieder geval wel in de goede hoek zitten. De klant heeft nu eenmaal richtingaanwijzers nodig.”

Blom is hierover een iets andere mening toegedaan: “Een toetsing is natuurlijk prima. Maar ik geloof niet dat hiermee het verschil wordt gemaakt. Vaak is er nog steeds sprake van niet-duurzame ondernemingen in de fondsen. Goed duurzaam te werk gaan vereist continu blijven scherpstellen. Dus wil ik ook tussentijds de duurzaamheidseisen voor de portefeuille kunnen bijstellen. Duurzaamheid is nooit 'klaar'. Het kan altijd beter.”

De kosten van niet-duurzaam

Hoewel duurzaam beleggen volgens de tafelpartners noodzakelijk is voor een betere wereld, is rendement behalen natuurlijk zeker zo belangrijk. En duurzaam, dat kost toch alleen maar geld? Hoe verhoudt duurzaam beleggen zich tot niet-duurzaam investeren? Holterhues zegt: “Duurzame fondsen kunnen dezelfde en soms hogere rendementen opleveren. Ook is het van belang dat we ons afvragen hoe we niet-duurzame beleggingen waarderen. De vraag is namelijk of die niet te goedkoop zijn. Milieuschade bijvoorbeeld, die conventionele ondernemingen veroorzaken, is niet doorberekend in het rendement maar loopt soms wel tot in de miljarden. Om een eerlijker beeld te schetsen van investeringen moet je true pricing toepassen. Dat biedt inzicht in wat niet-duurzaam beleggen echt kost. Dan worden ogen geopend.”

Blom illustreert het begrip met de winning van gas waar Nederland gedurende de jaren fors in investeerde. “Nu barst het in Groningen van de schades en luidt de vraag wie dat gaat betalen. Zou je de schade doorberekenen in de prijs van de fossiele brandstof, dan wordt windenergie ineens een stuk rendabeler. Uiteindelijk geloof ik wel dat die doorberekening er komt. De wereld gaat kantelen en grote partijen zoals verzekeraars gaan ingrijpen. Je ziet de veranderingen nu al; terwijl veel pensioenfondsen nog steeds in de olie-industrie zitten, bouwen de door olie groot geworden Rockefellers er nu hun belangen in af. Hetzelfde geldt voor rijke olielanden. Er komen veranderingen die nog veel impact krijgen op duurzaam beleggen.”

Investeerders nodig

In innovatieve, goed georganiseerde bedrijven moet wat Blom betreft nog veel meer worden geïnvesteerd. Van Dam deelt die mening. “Hoewel ik wat preek voor eigen parochie, zie ik nog wel een groot gat gevormd door duurzame ondernemingen die bijna of net in de groeifase zitten. Veel van hen genereren net een paar jaar omzet en hebben keihard investeerders nodig die hun nek durven uit te steken gezien het hoge risicoprofiel. In veel gevallen kan alleen dan hun duurzame werkwijze, product of dienst een groter bereik krijgen.”

De grootste uitdaging die de meeste winst oplevert ligt volgens Hofland bij de institutionele beleggers. “Hoewel Nederland het relatief goed doet, is wereldwijd de helft hiervan nog niet duurzaam. Er valt dus nog enorm veel winst te boeken.”

Volgens Maarten van Dam moet dat dan wel snel gebeuren. “We zijn pas net begonnen maar het is al 5 over 12. Hopelijk kunnen we door nu in actie te komen de klok nog een beetje terugdraaien.”