De moderne microfinanciering is ooit bedacht door econoom Muhammad Yunus in Bangladesh om arme mensen, die bij de gangbare banken geen onderpand konden overleggen en dus geen lening konden krijgen, toch een mogelijkheid te bieden zich uit hun armoede omhoog te werken. Ook Koningin Máxima zette zich jarenlang namens de Verenigde Naties in voor microfinanciering in ontwikkelingslanden. Inmiddels doet zij dit ook hier in Nederland via de Raad voor de Microfinanciering, die initiatieven ondersteunt om ook in Nederland beginnende ondernemers het nodige duwtje in de rug te geven.

“Het concept van microfinanciering is een keuze uit twee visies,” vertelt Prof.Dr. Ir. Gert van Dijk. Van Dijk is professor of Micro Finance in Developing Economies aan Nyrenrode Business University. Bij de eerste, gangbare, investeren bedrijven zoals bijvoorbeeld Shell of mijnbouwers in bodemschatten. Hierdoor wordt veel werkgelegenheid gecreëerd en stroomt veel kapitaal het land in. Dat heeft een risico. Zodra de mijnen leeg zijn, zijn er geen banen meer. De andere gedachte gaat ervan dat mensen ondernemend geboren zijn, maar niet over de nodige financiële middelen beschikken. Ze nemen door een microfinancieringslening een “hypotheek op de toekomst” en krijgen de kans om hun ondernemerschap te ontwikkelen om vervolgens nog meer ondernemerschap en werkgelegenheid te creëren. Onderzoeken wijzen echter uit dat deze manier van financieren meestal geen spectaculaire veranderingen teweegbrengt. Als je in een regio economische ontwikkeling wilt stimuleren, moet je naast geld ervoor zorgen dat de mensen uit de regio met andere (keten)partijen gaan samenwerken en aansluiten bij datgene waar mensen in het gebied al zelf mee bezig zijn.”

Van Dijk geeft een voorbeeld: “De commerciële blanke boeren in Zuid-Afrika hebben veel kennis en middelen voorhanden op het gebied van de tomatenteelt. Door samen te werken met lokale zwarte boeren worden voor hen collectief machines, zaaizaad en kunststofmest ingekocht. Hierdoor kunnen die lokale boeren profiteren van een bestaand netwerk. De blanke boeren kunnen voor nog lagere prijzen inkopen dan voorheen. Hun inkoopmacht neemt ook toe. Voor de lokale boeren ligt de winst vooral in het leren overzien van het geheel van het productie en marketingproces. Zij profiteren van de kennis van de blanke boeren. Wanneer moet ik zaaien? Voor wat voor prijzen moet ik mijn oogst verkopen? De samenwerking levert voor beide partijen voordelen op.”

Het creëren van een centrumfunctie is ook een belangrijk voorwaarde voor het slagen van microfinancieringsprojecten. Een plek waar, naast de core business, tal van activiteiten zijn geconcentreerd zoals bijvoorbeeld scholingsmogelijkheden, financiële dienstverlening en marketing. Een Europese voorbeeld van een dergelijk centrumfunctie is te vinden in Sevilla waar de Iberico ham vandaan komt. Evenals de tuinbouwindustrie in het Westland in Nederland. Van Dijk: “Ontwikkelingslanden kunnen veel leren van hoe Nederland en Europa dergelijke centrumgebieden inrichten. Het gaat er om dat het een samenhangend geheel wordt. Voor Nederlandse bedrijven liggen hier kansen. Als zij naast financiële middelen ook hun expertise op het gebied van tuinbouw en waterbeheer inzetten bij microfinancieringsprojecten, is er voor hen, naast een grote maatschappelijke bijdrage, zeker rendement te behalen, zowel financieel als ten aanzien van ontwikkeling in het algemeen.”