“Voedselbossen, een andere manier van denken én de juiste ondernemingszin zijn de juiste mix voor een groenere toekomst”, zegt Roos Nijpels van Both ENDS. Rich Forests is een alternatief voor de industriële landbouw die onhoudbaar is. “Samen met kleine boeren, coöperaties, ontwikkelingsorganisaties, landeigenaren en overheden worden zogenaamde voedselbossen gecreëerd, die zorgen voor een betere balans tussen mens en natuur. Wij hebben in de afgelopen decennia met verschillende partnerorganisaties in de wereld laten zien dat het mogelijk is om duurzaam én winstgevend voedselgewassen te telen in het bos, niet alleen in de tropen, maar ook in Nederland”, vertelt Nijpels.

Bosherstel

“De Rich Forests-methode is in de jaren 80 ontwikkeld in Sri Lanka, waar lokale partners werken volgens ‘analoge bosbouw’ (analog forestry). Gedegradeerde grond wordt omgezet in een vitaal bos, zonder dat er kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen bij komen kijken. Zo’n bos heeft een hoge biodiversiteit en dezelfde ecologische functies en structuren als natuurlijk bos, maar levert daarnaast producten op die gebruikt of verkocht kunnen worden”, licht Nijpels toe. Thee, koffie, specerijen, fruit, noten, bamboe en honingbijen gedijen goed in een bosomgeving. Onder het merk ‘Forest Garden Products’ worden deze producten verkocht, tot nu toe vooral in de landen van herkomst zelf.

Nieuw verdienmodel

In Sri Lanka zorgde thee jarenlang voor een miljardenomzet, maar tegen een hoge prijs. Monocultuur- zoveel mogelijk theebladeren produceren tegen de laagste kosten en de minste moeite – putte de theegebieden uit en liet gedegradeerde grond en slecht bruikbaar grasland achter. Omdat het hoog tijd was om het roer om te gooien, werd begonnen met de Rich Forests-methode. In het hart van Sri Lanka’s theegebied is sindsdien een bos verrezen, waarin nu honderdtien boeren en een grote theeonderneming hun thee verbouwen. De uitgeputte theevelden zijn omgevormd tot een duurzaam, bosachtig gebied met theestruiken, aangevuld met gewassen waarmee theeboeren extra inkomen verdienen, zoals notenbomen, avocadobomen, vanille en citrusfruit. Al vijf jaar na de start was het resultaat goed zichtbaar: gezonde theeplanten en andere producten zonder kunstmest en pesticiden, verbeterde gezondheid van de boeren, schoner water en toegenomen biodiversiteit. De methode, die in het afgelopen decennium op meerdere plekken in de wereld is geïntroduceerd, vergt in eerste instantie een flinke investering in tijd, geld, kennis en techniek. Maar na de opstartperiode is het resultaat alle moeite meer dan waard: een veel hogere opbrengst nu en op de lange termijn, en vrijwel geen externe input. Echt zaaien voor de toekomst dus. Nu is het tijd om op te schalen en internationaal op zoek te gaan naar extra kopers die net als deze boeren en producenten voor ‘beyond organic-producten’ durven gaan of naar landeigenaren die net als de boeren in Sri Lanka hun grond willen omvormen tot ‘Forest Garden Product plantage’.